Bijenreizen.

                                        

Reis verhaal van het N.O van Friesland naar de heide van Appelscha

 Brief geschreven in 1979 aan Siets Santema, van Den Heer S.Postma, van deze imker heeft Siets haar opleiding genoten.

Hier dan één van mijn eerste van mijn vele bijenreizen. Het vervoer van bijen naar de heide in de jaren 1900—1912. In die tijd hadden we alleen maar korven en ook een vaste korfmaker.Prachtige korven ( Friesmodel) met opzetranden kostten F 2,00 per stuk.

We reisden in het geheel niet naar koolzaad en klaver, omdat in Garijp, Suawoude, Wartena en Ernewoude  in de zomer voldoende drachtplanten zijn ,zoals hanepoot (Aegopodium) longstollen, blauweknoop en nog meer bloeiende bloemen. Dus geen verplaatsing van de volken,maar alles gericht op uitbreiding voor de heidedracht, ook nog wel eens een perceel boekweit. In de zomer wel eens geslingerd in een labordoos (= een gazendoos om uitgesneden raat uit de korf te slingeren.) Achter uit de korven werden dan stukken raat gesneden, maar wij vernielden daardoor veel en bij geen dracht ontstond er veel roverij.

Eind juli was het dan zover: opzetranden en doeken onder de korven,alles goed dicht gemaakt op een vlieggat na. Zelf hadden we een lange bijenwagen, boekberry, zijschutten, langhout enz.*1) We haalden een gewone boerenwagen bij onze voerman.Wielen insmeren met wagensmeer, dan onze lange zijschutten en boekberry er op. Dan 4 á 5 bogen met schroeven vastgemaakt en daarover een zeildoek, dus een soort huifkar.Voor op de wagen een krat waarin noodgereedschap,boter, brood,spek en voerbrood voor het paard. Daar achter voldoende ruimte voor mijn broer of mij. Om de beurt mochten we dan mee om weg te brengen of op te halen. ( toelichting: Postma was destijds  + 12 jaar oud)

Begin augustus was het dan zover,alles in rep en roer. Vader ging dan met een tuinspuit en water voor de stal langs en maar kunstmatig regenen.Met een paar hulpen erbij waarvan één op de wagen en dan maar sjouwen en stouwen. Aan elke kant een korf en één er tussen in,vast krammen en met stro aan stoppen. Alles met de bovenkant naar beneden. Dan had vader een pot met traan  *2) en midden op het doek van de korf,voorzichtig wat traan gesmeerd, daar kwam geen bijtje bij, dus een luchtgat voor het warmlopen. Tussen zeven en acht uur kwam dan onze voerman Melle met  paard en een goed humeur. Nogal wat volk er omheen voor het vertrek, het was een niet alledaags gebeuren in een dorp.

Alles klaar en daar ging het, sjok..sjok stapvoets over Suameer, Gaasterhoek en daar was het ho..stop.Onze Melle in de herberg om te vragen hoe laat de tram naar Drachten ging,(dit was een smoesje)Voor de tap een paar wippertjes,dat was best voor de keel in de nachtlucht zei Melle. Verder naar Opeinde. Voor het tolhek Drachten wilde Melle over de trambaan,maar vader wilde dit niet,geen brokken maken,dus verschil van mening. De tolgaarder erbij, betalen en het hek open en zo weer in vrede  verder tot herberg Lenting. Het paard op stal en wachten tot de tienuur  tram voorbij was. *3) Onze Melle nam nog een wippertje en nog eentje. Vader waarschuwde de kroegbaas “tram voorbij”het paard inspannen en sjok –sjok  door Drachten tot het tolhek.Deze tolbaas moesten we uit bed kloppen om te betalen, toen was het al nachttarief.

Op naar Beetsterzwaagsterhoek,het bos door,herten en konijnen gezien.Over het bruggetje, daar stroomt het riviertje “ De Linge “onderlangs. Hoek Hemrik alles nog heide,richting Duurswoude. Ook daar wilde onze Melle stoppen maar vader zette door, de molenlaan op en naar Wijnjeterp.( Alles ging best maar de terugtocht ??.)

Daar ineens bleef het paard staan,kop naar beneden. Melle het paard aanporren maar het beest bleef stokstijf staan.Nu, dit had onze voerman nog nooit beleefd. Het was nacht en donker. Melle gewapend met een zakmes van het krat af (Plaats van de voerman), kwam tot de  vreselijke ontdekking dat voor het paard  een man of lijk lag. Vader en Melle overlegden,wat nu ! Er omheen kon niet het, beste was de man of het lijk aan de kant leggen  en de politie in Wijnjeterp waarschuwen. Zo gezegd zo gedaan,beiden vol spanning naar voren( zelf bleef ik onder de huif ook volspanning).Wat een verrassing daar lag geen man of lijk maar een zak met graan en brood en haver,die was  van een wagen voor ons gevallen. Het paard had het brood geroken en wilde dus niet verder. Ontspannen en verheugd door Wijnjeterp naar herberg Wytse Jongsma. Het paard het dek op, brood en graan in de krêbbe en wij naar binnen,allemaal oude bekenden en een geklets en gezwets. Nu, dat interesseerde mij minder. Ook zag ik daar een reuzen voerman, met baard en snor, lange haren en een paar handen daarin was wel plaats voor een dakpan. Nooit zo iemand  ooit weer gezien.

Deze herberg was in begin augustus  veertien dagen en nachten open voor de bijenhouders. Weer ingespannen en door, nu in een hele colonne op naar Donkerbroek tot de herberg van Gorter. Een hele ploeg naar binnen de voerlui hadden stof in de keel, denk ik. Vader haalde onze Melle er uit en op naar Oosterwolde. Vader zette door,op naar Applescha en waren tussen negen en tien uur bij onze heideboer. Die stond al klaar met een Fries paard,zoon en boer mee naar hun eigen heideveldje. Om  elf uur was alles gelost en lagen de korven in de heide. De boer gaat terug met paard en wagen. Stro onder de korven en opzetten,vlug de vlieggaten open. Ja, en toen een wolk van bijen er boven. Een machtig gezicht,wij plat in de heide tot de zaak was ingevlogen.

Ook een “plag lep “  mee van de boer,dit is vakmanswerk onder de plaggen moet de grond blijven zitten. Elke  korf een plag op de kop,het waren net torentjes maar de plaggen lagen vast op de korven,goed tegen zon,regen en wind.

Alles nog eens gecontroleerd en dan klaar voor de terug reis. Bij onze heideboer  aan tafel,één grote pot piepers met daarin een schaal met worst,spek enz. De kippen liepen om ons heen onder de tafel door,een zwerm kleine beestjes er omheen en er boven,die heten ook nu nog muggen. Een bezem in de hoek van de kamer,klompen en laarzen aanhouden,geen vloerbedekking,geen tafelkleed,geen borden. Alles ging uit de grote pot en wat overbleef werd buiten gezet. Daar likten en pikten de beesten het schoon,dus geen afwas drukte.Tot slot geen pudding of zo, nee één grote pot met soepengrottenbrij *4) . Ik was zat en afgedraaid moe. In de bedstee met ons drieën,klompen en laarzen voor het bed en hup slapen maar.

 De volgende morgen al vroeg wakker,vrouw Oosterlee al bezig de varkens en kippen te voeren. We kregen een zeepkop echte groene zeep en een handdoek (stuk dweil ) afijn onder de  pomp. Buitenlucht en pompwater deden wonderen : ik was weer kip lekker. Meteen daarna eieren rapen voor de vrouw en om tien uur koffie drinken en de zaak weer inspannen.

Daar ging het holder - de - bolder met de lege wagen terug,: Oosterwolde, Donkerbroek, naar de nachtelijke herberg. Tussen Donkerbroek en Wijnjeterp ligt “Klein Groningen ‘’ een paar huizen en een verdacht boerderijtje. Daar woonde een alleenstaande dame, Lokke Dol, een waarzegster en daar moest onze Melle ook even naar binnen. De leidsels gooide hij naar vader.Wytse Jongsma, onze nachtelijke herberg was niet zover meer. Daar het paard voor de krêbbe en wij naar binnen,waar we vertelden dat Melle  in Klein Groningen bij Lokke Dol was.

,, Nu dit is niet zo best voor jullie “ zei Jongsma ,,die wordt daar geplukt en uitgeschud, haal Melle daar weg.’’ Wij terug , alles potdicht: tenslotte ging de voordeur open. Zingend en zwaaiend kwam Melle eruit,vader kon hem nog op de been houden tot aan de wagen. Maar Jongsma wilde Melle niet binnen laten. Op de wagen lag nog voldoende stro. Daar een kermisbed van gemaakt en daar vleiden we onze voerman op,een dekkleed er overheen,ook nog vastgemaakt voor het heen en weer rollen,nog even naar binnen en toen niet verheugd verder.

Over Ureterp, Drachten,Opeinde,Suameer.  Om  negen uur reden wij met onze last het achtererf van de voerman op. Melle werd afgeladen in het bijzijn van zijn vrouw, die zulks wel gewend was. Vol liefde gewassen en uitgekleed legden we hem op bed. Werkelijk een nette huishouding.  Dit vond ik  alles zo zielig,maar om haar mondje dicht. De volgende dag was Melle weer bij de boeren langs om varkens op te haken voor de markt in Leeuwarden.

Een mooie reis met een wat triest einde. De kosten heen en terug kwamen in die tijd op F 40,00 plus voer,brood en verteringen.

In 1978 vanaf   Goutum ( bij L’warden )  70 kilometer F 220,--  en in 4 á 5 uren staan de bijen op de heide. Nogal wat een verschil, nog een paar jaar dan gaan we met een eigen vrachtvliegtuigje . Geen auto’s en geen snelwegen maar door de lucht.

Leeuwarden, januari 1979.    S.Postma.

Sybren Postma is geboren in 1889

                                           

 

*1)  Langhout is  het verbindingshout tussen voor en achter as. De boerenwagen werd dus langer gemaakt,vandaar hun eigen boekbery en zijstukken.                               De originele hulpstukken pasten niet meer.

*2) Traan  wat voor soort ! Misschien zeehonden traan.?

*3) Tram voorbij was.? Om wat voor reden: a, was de weg te smal !.  b, Of mocht het paard de tram niet zien en horen daar er anders de kans bestond dat het paard op hol zou raken !.

*4)  Karnemelksegortpap.                                                           Home