Kortgeleden ben ik voor de derde keer naar het Altaï-gebied in zuidoost Siberië
geweest.
Het dorp waar ik geweest ben ligt op het platteland. Er is geen stromend water
en gas, alleen elektriciteit, die vooral ’s winters regelmatig uitvalt. De
mensen zijn voor een groot deel zelfvoorzienend: vrijwel iedereen heeft een
moestuin en de meesten hebben één of meerdere koeien en/of varkens. Ook worden
er kippen, schapen en geiten gehouden en het paard is het belangrijkste
vervoersmiddel, al begint ook hier de auto aan zijn opmars… Inkomsten worden
verder verkregen uit onder andere verkoop van vee en van bont.
Ook worden hier veel bijen gehouden, waarbij de honingopbrengst dan ook
een aanvulling op het inkomen kan zijn.
Samen met Lena (de tolk die ons
vergezelde op onze reis) hebben mijn reisgenoten en ik een kijkje mogen nemen
bij één van de plaatselijke imkers. Ook heb ik hem een aantal vragen kunnen
stellen, wat niet altijd meeviel, want ik moest mijn vragen in het Engels
stellen en wist soms geen woorden voor de vaktermen. Lena
vertaalde het dan weer naar het Russisch, maar zij wist niets van bijen,
dus zij snapte niet altijd precies wat er bedoeld werd. Maar goed, je komt toch
wel een eind, al had ik achteraf nog veel meer willen vragen.
Arkadi (de imker) en zijn vader hebben samen ongeveer 15-20 volken, die
gehuisvest zijn in houten kasten zoals onze simplexkasten. De honingramen hebben
dezelfde maat als bij ons, maar de broedkamerramen zijn iets hoger. Op mijn
vraag of hij een bepaald ras bijen hield haalde hij zijn schouders op: de gewone
Russische bij. De bijtjes zagen er net zo uit als hier, ik zag geen extra geel,
zoals je soms ziet bij Italiaanse invloed.
Arkadi had die dag net een zwerm geschept en liet zien hoe hij hem in de kast
schepte en vroeg of wij dat ook zo deden. Ja dus. Er wordt aan zwermbeheersing
gedaan, maar ook laat men wel natuurzwermen afkomen.
Hier heeft men ook last van de Varroamijt. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk,
als je bedenkt dat de mijt uit Azië komt. De Varroamijt wordt hier helaas
bestreden met chemische middelen, ik weet niet welke, die met behulp van de pijp
verrookt worden. Dit gebied is nog zo puur en natuurlijk, dat het voor mij een
domper was om te horen dat ze met chemicaliën in de bijen werkten. Maar het is
ook wel weer te begrijpen als je bedenkt dat men hier weinig kan kopen en niet
zoals wij de keuze hebben tussen vele mogelijkheden. Ik heb Arkadi wel verteld
hoe wij er mee bezig zijn en ook over de kruiden die hij zou kunnen gebruiken,
want die groeien daar genoeg. Dat vond –ie wel interessant.
Een volk brengt hier, afhankelijk van het seizoen, zo’n 20 tot 120 kg honing op.
Er is daar een enorme gevarieerde dracht van alle mogelijke bloemen en kruiden.
Als je door het veld loopt lijkt het alsof je dwars door de honing gaat, zo
sterk is de geur. Er is heel veel witte klaver en honingklaver, velden vol
paarse, roze, gele en oranje bloemen waarvan ik de namen niet weet. Een soort
moerasspirea, orchideeën, Salomonszegel, Jakobsladder. Steeds dacht ik nu wel
alle soorten gezien te hebben, maar dan kwamen we weer op een ander stuk en zag
ik wéér andere soorten. Niet te geloven, wat een pracht!
Toen ik Arkadi vroeg of men de bijen hier op suiker inwinterde moest –ie zijn
best doen om me niet uit te lachen (dat is niet beleefd). Nee natuurlijk niet:
suiker is voor mensen, (het zijn hier zoetdotten!), de bijen houden gewoon een
deel van de honing…..
Omdat de winters hier heel lang en streng kunnen zijn, soms tot –45 gr.C, worden
de kasten eind oktober in een schuur geplaatst en daar komen ze eind april dan
weer uit. In de schuur kan het licht vriezen, maar zo zijn ze tegen het ergste
beschermd.
Arkadi en ik vonden het leuk om eens van elkaar te horen hoe het in de
verschillende gebieden eraan toe gaat. Als ik al die bloemenweelde daar zie, dan
komen onze bijtjes er toch wel héél erg bekaaid af.
Op
de markt heb ik een paar potten heerlijke honing gekocht voor 30,- roebel (=
ongeveer € 1,36 per pot) en een bolletje pure propolis van ruim 10 gr. voor 14,-
roebel (= ongeveer € 0,50).
Bijgaand zijn enkele foto’s te zien van Arkadi en van de markt en de
bloemenpracht, al is dit op foto’s eigenlijk niet goed over te brengen.
Francis Vronik.
Eko bijkers Fryslân.